Inspirerende plek achter de Vughtse toren

afbeelding monumentaal

DE KOSTERIJ

Uit “Hervormd Vught”, 13 februari 1987

Eeuwenlang hebben Vughtse kosters in de nabijheid van de St. Lambertuskerk gewoond. Vanaf 1823 woonden zij zelfs ín de kerk. In maart van dat jaar werd namelijk op verzoek van het gemeentelid Jan Hendrik Dannis (ca. 1773 – Vught 1840) besloten “het nevengebouw ter regter zijde van den ingang der kerk tegen betaling van eene convenabele (= passende) huur, tot eene woning voor denzelve en voor Zijn huisgezin te doen inrigten”. In Slagtmaand (november) 1823 werd Dannis tot koster aangesteld, waardoor het Zuidkoor officieel kosterij werd. Dat bleef zo tot november 1955, toen koster Gerrit Nicolaas Dannis (Vught 1886 – 1982) moest verhuizen in verband met de grote restauratie van de kerk.

In het kerkarchief werd een aantal ontwerpen voor een verbouwing van de kosterij in 1864 gevonden. Met behulp van mevrouw G. van den Akker-Dannis, dochter van koster G.N. Dannis, kon aan de hand van kwitanties uit 1864 en dankzij een plattegrond die architect Ir. J. de Wilde in 1956 tekende voor de grote restauratie, worden nagegaan welk ontwerp in 1864 werd gekozen. Er kwam een scheidingsmuur tussen het woongedeelte (nu consistoriekamer) en de alkoof. Dit slaapgedeelte met twee bedsteden is nu een halletje met de trap naar boven, kastruimte en een toilet. Een dubbele deur (“staldeuren leken het”) gaf vanuit de woonkamer toegang tot de alkoof. De zolder (vanaf 1971 ruimte voor de Jeugdkapel) werd geheel vernieuwd en kon vanuit de alkoof met een losse trap worden bereikt. In de woonkamer werd een zijdeur zodanig verplaatst dat men van daaruit naar de aangebouwde schuur kon komen. Gekookt werd er in de 19e eeuw in de woonkamer. Waar nu in de consistoriekamer nog een schoorsteen is, kwam in 1864 een nieuwe vuurhaard met “een ijzer voor den ketting te hangen”. Het woongedeelte had in die tijd twee ramen: een naast de voordeur en een zijraam op het oosten. Tot de restauratie (van 1956) bevond zich links daarvan buiten het “Cekreet” (toilet), dat in 1864 geheel vernieuwd werd, tot een eikehouten deksel op de put toe!

Een kleinzoon van de eerste koster Dannis, ook een Jan Hendrik (1849 – 1935), werd in 1883 tot koster benoemd. Van de schuur maakte hij een keuken (“het achterhuis”) en hij metselde er een fornuis. Het kostersgezin had de beschikking over twee diepe opbergkasten, ongeveer op de plaats waar tijdens de restauratie (1956-58) twee romaanse nissen met fragmenten van beschilderingen uit het begin van de 13e eeuw te voorschijn kwamen. Buiten rechts naast de keuken kwam een nieuw schuurtje met aangrenzende konijnenhokken. De konijnen zaten ter hoogte van de (in de 90-er jaren verwijderd) kerkvoogdijbank.

Een belangrijke verandering voor de kosterij was het aanbrengen van een derde raam in de woonkamer. In de zomer van 1928 werd links van de voordeur een prachtige blauwe regen gedeeltelijk gekapt en is een metselaar uren bezig geweest om door de dikke muur heen te komen. De oude toestand, met de blauwe regen in volle bloei, ligt gelukkig nog vast op een mooie schilderij van Suze Slager-Velsen uit 1928 [1].

Het is naar onze tegenwoordige maatstaven niet te geloven dat in het Zuidkoor grote gezinnen gewoond hebben. Het gezin van Laatum-Dannis woonde er in 1864 met tien personen; de genoemde Jan Hendrik Dannis en zijn vrouw kregen negen kinderen! De kosterij verhuisde naar het pand Taalstraat 167, dichtbij de kerk, de achtertuin grenzend aan het kerkterrein. Het wonen in de kerk is vermoedelijk voorgoed verleden tijd.

door: mevr. Hanneke Das-Horsmeier


1. Zie kleurenfoto catalogus Museum Slager, “Het Brabant van Suze Slager-Velsen”, ‘s-Hertogenbosch 1983

Actueel

do 13 dec., 19.30 uur
Joods Leerhuis

 

do 13 dec., 19.45 uur
Oosters Christelijk Leerhuis

 

vr 14 dec., 19.30 uur
Taizé vesper